De onbetrouwbaarheid van de Franse buienradar

Gisteravond lag ik om tien uur in bed, mooi op tijd, maar van slapen kwam het nog niet echt. Ik was bijna in slaap, toen ik mij opeens bedacht dat ik mijn fiets met mijn ketting op slot had gezet. Dat is op zich niet zo gek, ik wist alleen niet meer waar ik het sleuteltje had gelaten. Toch vrij essentieel. De meest voor de handliggende plek was de broekzak van mijn zwembroek, daar zat hij niet in. Wat zeer waarschijnlijk betekende dat hij daaruit was gevallen. Een zoektocht door de halve tent en het gras voor de tent bracht mij niet veel verder. Ik werd er een beetje moedeloos van, verslagen ging ik drie kwartier later slapen. Zonder dat ik wist waar het sleuteltje was. Ik was al aan het bedenken of ze misschien gereedschap op de camping zouden hebben om de ketting open te breken.


Ik viel in slaap en werd om half zeven wakker, zonder wekker. Dat doet een tentje met je, zodra het licht wordt, wordt je wakker. Ik begon met het inpakken van alles en checkte of er niet toevallig een sleuteltje in mijn sokken zat, of ergens onderin mijn slaapzak. Mijn laatste hoop was onder mijn matje. Ik had er gisteravond al vluchtig onder gevoeld, maar niet goed genoeg. Want uiteraard lag het sleuteltje onder mijn matje. Als het niet kwart voor zeven 's ochtends was geweest had ik het uitgeschreeuwd van blijdschap. Ik was opgelucht. Het inpakken van alle bagage werd voortgezet en om half acht zat alles in de fietstassen. Ik maakte een laatste praatje met de vriendelijke mensen door wie ik gisterenmiddag en avond geadopteerd was, en ik vertrok.


Het zou vandaag wat minder warm worden, maximaal 28 graden, en eventueel zou er een klein buitje vallen, hierover later meer. Daar was zo vroeg op de dag alleen nog niets van te merken. Mijn eerste stop was, zoals gebruikelijk, bij een boulangerie. Dit maal op slechts een kilometer van de camping. Ik bestelde twee appelflappen en twee pain-au-chocolats, waarvan een pain-au-chocolat bewaard werd. Het zag er uit als een enorm goede bakker, maar de kwaliteit van bovengenoemde viel mij ietwat tegen. De vulling van de appelflappen was een soort appelmoes en het bladerdeeg was iets te dik. Bij de pain-au-chocolats was er maar een streep chocolade te vinden, in plaats van de gebruikelijke twee. Maar wat zeur ik ook, het was een degelijk ontbijt, de lat ligt in Frankrijk gewoon redelijk hoog.



Na het ontbijt bij deze boulangerie begon de dag. Ik stak de Drôme over en verliet Crest via een grote, doorgaande weg. Ik kwam langs het station van Crest, dat eigenlijk meer weg had van een gevangenis. Enfin, na een paar kilometer langs deze weg wees de route mij naar rechts, een klein landweggetje op. Tot Chabeuil, zo'n twintig kilometer verderop, zou ik een paar kilometer ten oosten fietsen van de grote weg waar ik zojuist over schreef. Dit weggetje ging op en af, af en toe met korte stukjes van boven de tien procent. Met het extra gewicht dat je bij je hebt is dat toch telkens een opgave. Af en toe nam ik de snelheid van een afdalinkje mee, en probeerde ik in een keer omhoog te sprinten, wat niet altijd een succes was.



Ik was vroeg vertrokken vandaag, maar wilde toch eerst eens twee uur aardig doortrappen, om dan de rest van de dag rustig aan te kunnen doen. Dat lukte redelijk, al gooide de Franse buienradar roet in het eten.



Na 34 kilometer kwam ik door Bésayes, waar ik een ander stel van de camping van vanochtend voorbij fietste. Zij waren iets eerder weggegaan. We zeiden elkaar gedag en ik reed verder, richting de zonnebloemen. Maar ook richting Bourg-de-Péage en Romans-sur-Isère. Twee stadjes aan weerszijden van de rivier de, hoe kan het ook anders, Isère.



Iets hiervoor keek ik naar het westen en zag ik toch wat donkere lucht aankomen. Ik besloot een Franse regenradar te raadplegen. Ik kan u vertellen, die zijn niet zo geavanceerd als in Nederland. Wij zijn gewend om om de minuut precies te kunnen achterhalen of er bij ons in de achtertuin regen valt, of dat het toch een straat verderop valt. Hier werkt dat denk ik iets anders, in ieder geval op die twee regenradars die ik ben tegengekomen door te googlen op "radar de pluie Bourg-de-Péage". Deze radar liet een kaart zien van de wijde omtrek, en ververste om het kwartier, waardoor de vlekken regen sprongen maakte door het landschap. Er was te zien dat er een regenfront over zou komen en dat ik het sowieso niet droog zou houden. Ik besloot een barretje in te duiken een dorp verderop. Om de regen voor te blijven moest ik nog aardig doortrappen, maar ik kwam droog aan.


Bij dit barretje in Granges-les-Beaumont wilde ik een cappuccino bestellen, dat ging als volgt:

Hij: Bonjour

Ik: Bonjour, avez-vous un cappuccino?

Hij: Maakt een vragend geluid

Ik: Un café, sil-vous-plait

Hij: Ah oui, un café, komt voor de boulangerie


Ik ging wat beteuterd zitten, want ik lust eigenlijk geen koffie, maar dronk het toch maar op, ik zat immers droog. Althans, het begon helemaal niet met regenen, in ieder geval niet waar ik was. Ik checkte de regenradar nog een keer, en ja, het zou toch echt hier en nu moeten regenen. Niks daarvan dus. Na een dik halfuur stapte ik weer op de fiets en waagde ik de gok dat het droog zou blijven. En dat bleef het ook, af en toe kwamen er een paar druppels uit de lucht, maar het zette nooit echt door.


Ik had nog geen vijf kilometer gefietst of ik begon spijt te krijgen dat ik niet ook wat te eten had besteld. Ik begon namelijk trek te krijgen, de overgebleven croissant had ik in bij een supermarkt in Bourg-de-Péage opgegeten. Daar had ik ook een zakje Haribos gekocht, waar ik nu niet direct zin in had. Toch at ik daar wat van, dat wil zeggen, een halve zak. Al gauw ging het beter, dat kan ook niet anders na zoveel suikers.



Het ging zo goed dat ik ook bij het volgende dorpje niet stopte voor eten. Het landschap bleef onverminderd mooi, soms reed ik op een soort hoogvlakte, waardoor het uitzicht wijds was. Nadat ik het zojuist genoemde dorpje gepasseerd was, en op driekwart van de klim uit dit dorpje waa, begon ik pas goed na te denken over waar ik wat zou 'lunchen', het was inmiddels een uur geweest. Dit bleek pas voor het eerst te kunnen bijna twintig kilometer verderop. De tweede helft van het zakje Haribos at ik in sneltreinvaart op en ik reed verder.


Ik kwam door leuke, enigszins uitgestorven, dorpjes, zoals Bathernay en Tersanne. Na Tersanne was het een stukje afdalen voor ik in Hauterives was, waar een supermarkt was. Ik kocht een brood en een zakje cashewnoten. Het brood kon ik opleuken met de tonijnsalade die ik van gisteren overhad. Maak je geen zorgen, het is geen verse tonijnsalade, het is meer een soort tonijnolie. De houdbaarheidsdatum ligt ergens in 2025.


Ik wilde nog wel een mooi plekje uitzoeken om dit alles op te eten, dat plekje diende zich snel aan. Bij de tennisclub van Hauterives stond een bankje onder een afdakje, in de schaduw dus. Ik zat hier een halfuurtje en at de helft van het brood op. De rest bewaarde ik voor vanavond. Na deze tussenstop waren er nog twee klimmetjes die tussen mij en de camping lagen. De eerste was ongeveer anderhalve kilometer lang en bracht mij in Le Grand Serre. Hier zocht ik de begraafplaats op om water bij te tanken voor de laatste twintig kilometer.



Opnieuw daalde ik af, opweg naar het laatste klimmetje. Deze voer dwars over militair terrein, over de enige weg waar je wel mocht rijden. Het was hier enorm bosrijk, wat ik nog niet eerder zo gezien had deze vakantie. De Groene Weg naar de Middellandse Zee doet zijn naam eer aan. Na deze klim volgde een korte afdaling waarna de laatste kilometers vlak verliepen, voor het eerst vandaag meer dan twee kilometer vlak.


Ik reed naar de camping en begon mij zorgen te maken over de eetgelegenheden. Het is maandag, dus alle restaurants in het nabijgelegen dorpje waren dicht. De supermarkt was acht kilometer enkele reis verderop, waar ik ook niet echt zin in had. Gelukkig bleek er een heel kleine hoeveelheid eten te zijn in het campingwinkeltje. Bleef de vraag nog over hoe ik dat op ging warmen, aangezien ik nog steeds geen gastankje had gekocht. Ook hier had de camping al aan gedacht. Er was namelijk een overkapping waar een heel simpel keukentje was, dat wil zeggen, er was een gaspitje. Al mijn zorgen waren weggenomen en ik kon rustig mijn eten klaar gaan maken na deze lange dag. Bijna 110 kilometer met 1200 hoogtemeters. De plannen voor morgen zijn nog ongewis, daar ga ik zo naar kijken.