Een verkapte rustdag

Updated: Jul 13

Om tien uur had ik pas drie kilometer gefietst, waarom dat zo zit zal ik uitleggen. De redenen hierachter zijn talrijk, en het begon eigenlijk gisteravond al. Zoals in het blog van gisteren te lezen was ik uitgenodigd om bij de overburen te gaan eten. Het was een stel, nota bene uit Amersfoort, met drie kinderen van tussen de vijf en elf. Het eten was simpel, maar smaakte goed. Na het eten heb ik nog badminton gespeeld met het middelste kind, Thomas heete hij. Ik schoof daarna nog aan om een spelletje te spelen. De avond vulde zich vanzelf. Rond half tien ging iedereen naar bed, inclusief ikzelf. Ik had het voornemen om de volgende ochtend, vanochtend dus, rond acht uur op de fiets te zitten. Ik zette de wekker dan ook om kwart over zeven. Dat was niet nodig geweest. Om zes uur werd ik wakker, vooral omdat ik het enigszins koud begon te krijgen. Uit voorzorg had ik al sokken aangedaan, maar nu trok ik ook mijn thermoshirt aan en draaide mij nog maar een keer om.


Om zeven uur werd ik nogmaals wakker, niet van de warmte van de zon zoals gisteren, maar waarschijnlijk wel van het zonlicht dat langszaam het dal waar de camping in lag begon in te schijnen. Mijn tent stond nog niet in het zonlicht, en dat zou ook nog wel even duren. Mijn tent stond naast een paar hoge bomen die de zon belemmerde van het droog maken van mijn tent. Ik vond het daardoor nog steeds koud. Om kwart voor acht had ik genoeg moed verzameld om de warmte van mijn slaapzak vaarwel te zeggen. Ik pakte alles in en had rond half negen alles in de tassen zitten. Bij de receptie haalde ik de twee, nog warme, pain-au-chocolats die ik gisteren had besteld op. Dit provisorische ontbijtje zou later op de dag nog aangevuld moeten worden. Het halve zakje borrelnootjes dat ik nog had zou niet volstaan.


Er was nog een ander probleem, mijn voorband was al een tweetal dagen langzaam leeg aan het lopen. Telkens redde ik het wel om op de volgende camping aan te komen, maar toch was het niet heel aangenaam. Halverwege de rit moest ik telkens extra bijpompen. Daarom besloot ik er een nieuwe binnenband in te leggen. In alle rust klaarde ik dit karweitje, op een geleende stoel van de overburen, de kinderen keken overigens vol belangstelling naar hoe ik de band verving. Af en toe konden ze mooi helpen door wat vast te houden. Om half tien was het gepiept. Het had wat langer geduurd doordat ik nog een tijd in dubio was, of ik de band nou wel of niet zou vervangen. Maar gelukkig heb ik het daar gedaan. Ergens aan de kant van de weg was een stuk minder prettig geweest. Met de fietspomp van de andere overburen kon ik genoeg lucht in de band krijgen, en zo vertrok ik.



De overbuurvrouw, Christine, gaf ik een hand, en het jongste kind zwaaide hartelijk. Om tien over half tien reed ik dan ook weg. Dan nog blijft de vraag hangen waarom ik om tien uur pas drie kilometer had gereden. Dat had, naast het hele verhaal hierboven, te maken met een vrij vervelende klim die ik op moest. Een klim van ruim drie kilometer, die gemiddeld met meer dan zeven procent omloog liep. Met een gemiddelde van rond de twaalf kilometer per uur reed ik omhoog. Deze klim was trouwens geen onderdeel van de te volgen route, de route liep namelijk door het dal langs de rivier. Er was alleen een omleiding, waardoor die weg afgesloten was. Helaas.



Eenmaal boven, in Bourscheid, was het uitzicht prachtig. Ik kon voor mijn gevoel heel Luxemburg zien. De afdaling die volgde was in het begin een kwestie van remmen los en gaan, het was een rechte weg en niet al te steil. Het tweede deel van de afdaling was technischer met meer bochten, hier deed ik dan ook wat rustiger aan. Na een stukje langs de rivier kon ik weer gaan klimmen, ongeveer even lang maar iets minder steil. Hierna kwam ik op een soort hoogvlakte. Een echte hoogvlakte kan het niet genoemd worden, ik reed op ongeveer vierhonderd meter boven zeeniveau. Opnieuw was het uitzicht mooi.


Het afdalinkje hierna bracht mij vrij gemakkelijk in Wiltz, mijn hartslag zakte tot onder de zeventig, iets wat ik nog niet eerder heb gezien tijdens het fietsen. Hier werd een serieuzer ontbijt genuttigd. Ik kocht een belegd broodje en een croissant praline, gevuld met chocola met bovenop glazuur en amandelen. Het was verrukkelijk. Deze bakker had zelfs een terras, waardoor ik mijn aangekochte waar niet in een steegje of op een parkeerterrein op hoefde te eten.



Bij de bakker merkte ik aan alles dat het nog steeds in het Frans zou gaan. Maar gisteren bij de camping had ik nog geen idee welke taal ik in vredesnaam moest gaan spreken. Ik bereidde mij voor op een gesprek in mijn matige Frans, of in mijn nog veel slechtere Duits. Misschien kon het zelfs in het Engels, maar tot mijn verbazing sprak ze Nederlands. Dat ging een stuk makkelijker.


Terug naar de dag van vandaag. Door Wiltz heen was het nog een stukje afdalen waarna ik een fietspad op reed dat over een voormalig spoortracé was aangelegd. Het ging heel langzaam omhoog, ongeveer 1,5 procent gemiddeld. Ik ging op een rustplaats waar een picknicktafel stond even zitten. Ik pakte mijn e-reader erbij en las wat. Na een kwartiertje reed ik weer verder, twee minuten daarvoor was er een stel gepasseerd die overduidelijk ook op fietsvakantie waren. Ik reed een tijdje wat harder door om ze bij te halen en een praatje te maken. Ik vermoede dat zij het spoortracé bleven volgen, en dus volgde ik dit ook, terwijl de route naar rechts afboog.



Na tien minuutjes had ik ze bijgehaald, ze bleken alleen Frans te spreken. Ik merkte toch dat ik de taal door de loop van deze bijna twee weken beter begon te spreken. Ik durfde meer en kwam iets beter uit mijn woorden. Na vijf minuutjes reed ik weer verder. Ik voegde mij weer bij de route en vervolgde mijn weg. Het duurde niet lang of ik reed de grens met België over. Het grootste deel van de route tot de camping ging nu in dalende lijn. Af en toe zat er, hoe kan het ook anders, nog een klimmetje tussen. Ik kwam nog een hele groep mensen tegen van de scouting, die door de warmte heen door de Ardennen aan het trekken waren.



Het laatste afdalinkje was opnieuw een technische, met veel onoverzichtelijke bochten. Ik reed dan ook voorzichtig richting de Ourthe, de rivier waar de camping van vandaag aan lag. De laatste twee kilometer waren dan ook vlak, langs de rivier. Na zestig kilometer, met duizend hoogtemeters, vond ik het welletjes voor vandaag. Morgen is het nog 125 kilometer naar Maastricht!