Weg van de kust, het binnenland in

Updated: Mar 31

Waar ik het gisteren nog over strak grijs had, stond ik vandaag in Abbeville op met strakblauw, eigenlijk voor het eerst deze vakantie. Dat mag ook weleens, zo op de vijde dag. De rest van de dag nam de bewolking iets toe, en daarmee tegenstrijdig genoeg ook de temperatuur. Het zal zo tussen de 20 en 30 graden geweest zijn. Dertig als de weg omhoogvoerde, en twintig als er in dalende lijn werd gereden.



Want dat deed het vandaag, het was opnieuw op en af, vooral op eigenlijk. Met het afdalen ben je toch een stuk sneller klaar. Het enige voordeel was dat vandaag er niks écht steil was, heel af en toe tegen de tien procent aan, maar meestal rond de vijf procent. Je kan het vergelijken met grasmaaien, hoe hoger het gras, hoe meer moeite je moet doen om er doorheen te komen. Hierbij elektrische grasmaaiers buiten beschouwing latende.


Dan, weg van de algemeenheden, op naar Rouen! Al hoewel, eerst op naar een ontbijt. Want op de twee sterren camping waar ik verbleef verkochten ze niet iets wat voor eten door kon gaan, laat staan ontbijt. Wie nog in de illusie is dat elk Frans dorpje, onafhankelijk van de grote, wel een boulangerie of epicerie tot zijn beschikking heeft, kan ik daar gauw vanaf helpen. Zowel Huchenneville als Saint-Maxent als Ramburelles (het lijkt zo uit Asterix en Obelix te komen) beschikten over niets soortgelijks. Gelukkig hadden ze in Blagny-sur-Bresle genoeg aanbod, waar dan ook een wrap met tonijn en een appelflap werden aangeschaft. Waarbij ik wil benoemen dat ik nog steeds het Franse woord voor appelflap niet uit mijn hoofd weet, terwijl ik er al zeker vijf heb besteld.


Dan viel mij nog het volgende op, als we het toch over bakkerijen hebben. Verzamelen huizen zich om een bakkerij, of verzamelt een bakker zijn brood in de buurt van een hoop huizen? Een beetje een kip-ei verhaal, maar dit geheel terzijde.


Na Blagny-sur-Bresle, ik hoop dat ik er nooit meer doorheen hoef, begon een nog vervelender stuk van de route. Een grote provinciale weg die ook nog eens omhoogliep. Ik had verwacht dat het hier niet superdruk zou zijn vanwege de aangrenzende snelweg, maar niets was minder waar.


In Fallencourt kon ik deze weg eindelijk achter mij laten en begonnen de eindeloze kleine landweggetjes, heerlijk om overheen te fietsen. Hier kwam ik eindelijk ook tot de conclusie wat er nu precies anders was aan het landschap. Waar het de dagen hiervoor ofwel heuvelachtig ofwel groen was, was het vandaag zowel groen als heuvelachtig. De pakweg twintig kilometer na Fallencourt gingen over dit soort groene en heuvelachtige weggetjes. De bebouwing was hierbij soms Duits-achtig, houten vierkanten en rechthoeken van hout met glad gestucte beton (althans, daar lijkt het op) ertussen, vaak zelfs voorzien van een kleurtje. Hier en daar stond er tot mijn grote verbazing zelfs een schuur tussen die nog bij elkaar werd gehouden door uitgeharde modder, waar we in Nederland toch al een vrij lange tijd mee gestopt zijn dacht ik.



Na Neufchâtel-en-Bray zou de route richting Rouen gaan, ik kwam daar echter zo'n fijn fietspad tegen dat ik dit fietspad maar voor een kilometer of vijftien ben gaan volgen. Dit fietspad was aangelegd op een oud treintracé, wat af en toe nog te zien was aan bijna vergane seinen en borden met nummers en tekens erop die alleen ontcijferd kunnen worden door machinisten, conducteurs of andere treinfanaten. Dit verharde fietspad stopte in Forges-les-Eaux (wat hebben die Fransen toch met afbreekstreepjes) en ging over in een onverhard deel. Dit was op sommige stukken bijna onbegaanbaar, althans, als de fiets en de persoon op de fiets enigszins schoon wilden blijven, wat uiteraard niet gelukt is.



Ik kwam uit bij Sigy-en-Bray, waarbij ik er nog steeds niet uit ben waar 'Bray' voor staat, waarschijnlijk een rivier, maar zelfs dat kan ik niet met zekerheid zeggen. Waar ik tevens over twijfel is het lot van een zekere slang, ergens in een afdaling. Ik vroeg mij af wat voor gekke tak op de weg lag, en voor ik het wist reed ik over een slang heen. Waarschijnlijk is hij dusdanig verwond dat hij nog een paar dagen zal vechten voor zijn leven, alvoor hij zijn laatste adem zal blazen, alles nog steeds in diezelfde afdaling. Opnieuw is medelijden dat wat blijft hangen.


De laatste kilometers werden vervolgd in dalende lijn, voordat ik bij de camping aankwam. Eerst reed ik nog even door naar het dorpje Lyons-la-Forêt, om te kijken of daar eetmogelijkheden waren. Dit alles typ ik dan ook vanaf een terrasje in het kneuterige centrum van dit eveneens kneuterige dorpje. Waar de bebouwing nog steeds Duits-achtige trekjes heeft.