Het begin van de Groene Weg

En groen was het, maar daarover later meer. Eerst iets over de busreis. Ik stape in Utrecht op, samen met twee andere duo's. Eenmaal in de bus van Cycletours, de maatschappij die de reis verzorgde, bleken er vier mensen in Amsterdam opgestapt te zijn. Wat het totaal logischerwijs op negen bracht. Daar zou het ook bij blijven, zowel in Eindhoven als in Maastricht stapte niemand op. Dit betekende dan ook dat we daar niet hoefden te stoppen en in een keer koers konden zetten richting Arles. Het avondeten werd in een treurig wegrestaurant net voor Luxemburg naar binnen gewerkt. Om een beeld te schetsen: de verf blakerde al net van de voorgevel af, alles was in de stijl van de jaren zeventig afgewerkt (wat wil zeggen dat er sindsdien niks veranderd is). Na dit noodzakelijke avondeten ging het bijna in een keer door naar de eerste stop van drie, in Suze la Rousse. Hier stapten twee mensen in het donker uit, we waren namelijk veel te vroeg, het was pas vijf uur. Doordat de bus zo leeg was, het verkeer meezat en de pauzes beperkt bleven, liepen we ver voor op schema. Wat dan ook betekenden dat we al om kwart voor zeven in Arles aankwamen, waar ik zelf op half tien had gerekend.



Nadat ik alle bagage weer op de fiets had gemonteerd en ik een provisorisch ontbijtje bij de bakker naast het busstation had aangeschaft, kon de reis om kwart over zeven al beginnen. De Groene Weg naar de Middellandse Zee, maar dan andersom.


Het begon met een klein stukje afdalen, ik vond het zowaar wat frisjes, mijn fietscomputer gaf dan ook een graad of 15 aan. Toen de weg na deze afdaling heel lichtjes overging in een klimmetje begon het al wat op te warmen. Vooral doordat ik mij meer moest inspannen. Het klimmetje was prachtig: een slingerende weg met redelijk wat bomen aan weerszijden van de weg.


Toen ik bovenkwam zag ik hem voor het eerst, de metgezel die de hele dag bij mij zou blijven. Helaas geen medefietser, maar een berg. De Mont Ventoux welteverstaan, de berg waar het altijd waait. Deze berg is voor menig wielrenner heilige grond, ik heb hem nog nooit op mogen fietsen, wel ben ik er talloze keren met de auto langs gereden. En nu dus voor het eerst met de fiets. Ook nu zou ik hem rechts lagen liggen. Door de dag heen liet ik hem langszaamaan achter mij, maar echt weg was hij nooit. Elke keer dat hij achter de boomtoppen tevoorschijn kwam was het even prachtig, zo'n machtige kale berg, ver boven de rest van het landschap uitstijgend.



Genoeg over de berg, op naar de eerste tussenstop, na een kilometer of twintig. In het plaatsje Graveson sloeg ik water en Haribo beertjes in, die mij door de dag heen zouden slepen.


Na nog eens twintig kilometer kwam ik door Avignon, ik vond het een mooie stad, met mooie oude gebouwen, veel groen en een goede fietsinfrastrucuur. Toen ik de stad verliet en ik mij omdraaide vond ik het geen mooie stad, maar een prachtige stad. Onderstaand plaatje zegt genoeg lijkt mij.



Om half tien reed ik langs de eerste camping die ik had uitgezocht om eventueel te overnachten. Dat is natuurlijk veel te vroeg, vanzelfsprekend reed ik door. Ik begon hier wel te merken dat het warmer werd, het was een graad of 23, aangenaam fietsweer dus, zeker met het frisse windje dat door het Rhônedal waait. Soms slaat dit frisse windje om in de Mistral, een stevige Noordenwind die tussen de twee bergketens door naar de Middellandse Zee vloeit. Vandaag was dat gelukkig niet het geval.


Ik stak de Rhône hier over en reed een aantal kilometers over wat meer afgelegen wegen, waarvan je er in Frankrijk genoeg van hebt. Af en toe hoorde ik het geluid van een aantal krekels. Correctie, de hele tijd hoorde ik het geluid van duizenden krekels. Het was soms bijna oorverdovend, zoveel krekels waren met elkaar aan het communiceren.



De plattelandsweggetjes veranderden in wat grotere wegen, waar ik een mooi plekje aan het water uitkoos om even te pauzeren. Ik maakte hier ook een plan over waar ik zou overnachten. Bij de tweede camping die ik vantevoren uit had gezocht zou ik ook veel te vroeg arriveren. Ik besloot daarom om een heel stuk verder door te rijden en pas na 110 km er de brui aan te geven. Het plan was gemaakt, wat betekende dat ik nog vijftig kilometer moest, en het was pas elf uur.

In alle rust reed ik verder, ik kwam door leuke Franse dorpjes, die een stuk levendiger waren dan ik had verwacht: Sauveterre, Roquemaure en Caderousse. Allemaal hadden ze een leuk pleintje en oude kastelen in hun omgeving. Hierna kwam ik langs Orange, wat vooral bekend is van de snelweg die zich hier splitst. Links gaat naar de Provence, en rechts gaat richting Nimes, Montpelleir en komt uiteindelijk in Spanje.



Het werd warmer en warmer, wat eigenlijk wel als heet omschreven kan worden. Dat frisse windje waar ik het eerder nog over had was een soort föhn geworden. Tot overmaat van ramp kwamen er ook nog wat klimmetjes aan, wat er niet direct voor zorgde dat ik er meer zin in kreeg.

Ik reed gestaag door en kwam door Suze la Rousse, waar ik acht uur eerder ook al was geweest, maar dan met de bus. Ook dit plaatsje is trouwens het bezoeken waard als je in de buurt bent. Ik zag tot mijn verbazing zelfs een bordje staan met "Université du Vin", ik ben er maar niet langsgereden. Vooral omdat het bordje richting een steile klim stond, terwijl mijn route juist naar beneden ging.


De laatste vijftien kilometer gingen op een soort automatische piloot. Ik kon niet echt meer genieten van de omgeving, het begon te heet te worden en de slechte nachtrust begon mij op te breken. Gelukkig kan ik nu terugkijken op een geslaagde dag, ik heb een stuk verder gefietst dan ik gedacht had en sta nu op een camping met zwembad!