Langs de Ain en door de Jura

Updated: Jul 7

Er stond vandaag honderd kilometer op het programma, ik begon uiteraard met het stuk waar ik gisteren geen zin meer in had. Achteraf is het maar goed dat ik ben gestopt waar ik gestopt ben. Het was namelijk meer van hetzelfde, rechte wegen, waarbij de noordenwind vrij spel had. Zo vroeg op de dag, het was kwart over acht, had ik echter nog weinig last van de wind.


Eerst moest ik maar eens een ontbijtje scoren, dat zou wat langer gaan duren dan de dagen hiervoor. De eerste mogelijkheid waar ik langskwam was de Intermarché van Neuville-sur-Ain. Op de weg hiernaartoe kwam ik door Pont-d'Ain, waar, je raadt het nooit, een brug over de Ain was. Hier veranderde het landschap drastisch. Waar ik gisteren en zojuist nog schreef over lange, rechte, oninspirerende wegen, veranderde dat nu in een weg langs de rivier de Ain. Waarbij de Ain plots door een dal stroomde, met aan weerskanten hoge heuvels bedekt met bomen. Af en toe was een stuk heuvel onbedekt door de bomen, waardoor de rotsformaties, die daaronder verscholen lagen, aanschouwd konden worden.



Eerst schafte ik een ontbijt aan, bestaande uit een brood, met vier plakken ham, en een zak Haribos. Dat laatste bewaarde ik voor het einde van de dag, als ik suikers nodig zou hebben. Ik ging op zoek naar een bankje om het brood te kunnen beleggen, en dit vervolgens in alle rust op te kunnen eten. Lang duurde dat niet, nog geen vijfhonderd meter verderop stond een prachtig bankje. Ik pakte het brood en de ham, ik sneed het brood doormidden en wilde het rijkelijk beleggen met de plakken ham. Helaas. Het bleek een verpakking met twee plakken ham te zijn. Maar niet getreurd, want toen ik de verpakking openmaakte begreep ik dat dit geen enkel probleem zou zijn. De Fransen snijden de plakken groot en dik, waardoor zelfs met twee plakken een heel brood prima belegd kon worden. Ik bewaarde een klein beetje brood met ham voor later op de dag, waarop ik mijn tocht vervolgde.



Bij Poncin werd de weg nog rustiger, waar ik officieel het Vallée d'Ain betrad. De komende zestig kilometer zou ik stroomopwaarts langs deze rivier fietsen. Je zou denken dat dat betekende dat de weg langszaamaan opliep, met de hoogte van de rivier mee. Dit klopte aardig, maar over de komende twintig kilometer zouden er wel allerlei klimmetjes bedwongen moeten worden. Ik ging een klimmetje over, en ging direct weer naar beneden, waarna ik direct weer omhoog ging. Het was vrij slopend, nergens kon ik een fijn tempo te pakken krijgen, en af en toe kreeg ik de noordenwind vol tegen. Al moet ook gezegd worden dat in deze vallei de wind beduidend minder was. Doordat de rivier wat kronkelde, en de heuvels aan weerszijden dat dus ook deden, was ik redelijk vaak goed beschut tegen de wind.



Af en toe stond er een stuwdam in de rivier, die de hele regio van stroom voorzag. Wat duidelijk te zien was aan de honderden elektriciteitsmasten die zes verschillende kanten opgingen. Ik kwam dan ook langs verschillende stuwmeren, die allemaal vrij vol leken. Al was er waarschijnlijk nog plek voor miljoenen liters water.


Ik bleef onder de indruk van de omgeving, het bleef onverminderd mooi. Na elke bocht veranderde het landschap, en vaak ten goede. In Thoirette schafte ik een lunch aan. Dit zou namelijk een van de laatste plaatsjes zijn waar wat te halen was vandaag, en dat terwijl er nog vijftig kilometer afgelegd moest worden. Bij de supermarkt, een Carrefour Expres, kocht ik water en een zakje cashewnoten van 125 gram. Voor dit laatste betaalde ik het schamele bedrag van €2,25. Bij de bakker tegenover de supermarkt kocht ik twee pain-au-chocolats, waarvan er eentje bewaard werd en de ander voor de deur al opgegeten werd. Het overgebleven stuk brood met ham had ik ook al achter de kiezen en ik kon verder, nog steeds langs de Ain.



De klimmetjes begonnen nu wat serieuzer te worden, vooral bij het Barrage de Vouglans, opnieuw een stuwmeer. Het was niet steil, maar ik reed wel vol in de zon. Eenmaal boven was een mooi uitzichtpunt over het meer. Ik stopte even voor een foto. Toen ik wegreed kwam er iemand op een soortgelijke fiets als ik, met bepakking, in omgekeerde richting aan. We zeiden elkaar gedag en ik wilde bijna doorrijden. Toch keerde ik om voor een praatje. Ik vroeg: "Parlez-vous Anglais?" Hij reageerde "Yes". Waarop ik vroeg waar hij vandaan kwam. Toen hij zei dat hij uit België kwam konden we snel in onze moedertaal verder praten. Hij gaf mij zowaar nog een compliment voor mijn Franse accent. We hadden het over de route 'Groene Weg naar de Middellandse Zee', die hij in omgekeerde richting aan het fietsen was. We hadden het over het weer, hoeveel we per dag reden en waar we zoal sliepen. Hij was al bijna twee weken onderweg. We grapten wat over de wind, die hij al dagen mee had, en die ik alleem maar tegen had. Zo stonden we daar een kwartier, waarna we allebei onze eigen kant weer opgingen.


Ik liet de Ain achter mij en daalde een stukje af. Af en toe zat er nog een gemeen kuitenbijtertje in de rest van de route, maar over het algemeen gingen de laatste kilometers vrij aardig. Ik zit nu op de camping, de duurste tot nu toe, en er is nauwelijks 4G en geen wifi. Foto's zal ik daarom later toevoegen (inmiddels toegevoegd).