Langs de Alzette en de Sûre door Luxemburg

Ik wilde vanochtend uitslapen, zo rond acht uur opstaan. Om kwart over zeven werd ik echter al de tent uitgebrand. De zon was zijn warmte al flink aan het verspreiden en er zat niks anders op dan om alles weer in te gaan pakken. Tegen beter weten in draaide ik mij nog een keer om, maar om half acht was het dan zover. Ik deed rustig aan vanochtend, wat resulteerde in een inpaktijd van een uur. Respectabel, maar niet bovenmatig snel. Er waren geen mensen om uit te zwaaien vanochtend, ik had gisteren enkel bij het avondeten op een terras niet ver van de camping een praatje gemaakt met twee Franse dames (in het Frans zowaar!). Maar er waren geen nieuwe campingvrienden.


Om half negen vertrok ik dan, eerst een stukje terug, langs de Moezel, om de route weer op te pikken in Koenigsmacker. Daar kocht ik ook een ontbijt en een soort van lunch. De soort van lunch bestond uit wat reepjes en een zak snoep. Het ontbijt bestond uit een croissant met chocoladevulling, een pain-au-chocolat en iets waarvan ik de naam ben vergeten. Het was een soort pain-au-chocolat maar dan met amandelen erbovenop. Alles kocht ik bij de supermarkt, de betere boulangeries in deze omgeving waren op maandag gesloten. Desalniettemin waren deze vette broodjes hartstikke lekker, veel beter dan de evenknie in de Nederlandse supermarkt. De Fransen hebben dan ook een reputatie hoog te houden.


Dit alles opgegeten en opgeborgen kon de reis echt beginnen. Er stond wederom honderd kilometer op het programma, later zou ik erachter komen dat ik mij had misrekend. Maar eerst maar eens Frankrijk uit, al leek het daar in de verste verte niet op. Eigenlijk was die overgang aan het einde van gistermiddag al ingezet. Het land werd bosrijker, er waren opeens vrijliggende fietspaden, er waren zelfs fietspaden die helemaal niet langs een weg lagen maar dwars door het land sneden. Dit alles zette zich vanochtend voort. Alleen de plaatsnaambordjes en de vele Franse nummerplaten deden mij er nog aan herinneren dat het Frankrijk was. Maar zelfs de plaatsnaambordjes deden mij af en toe twijfelen, zeker toen ik Zoefftgen binnenreed. Niet direct een Frans-ogende plaatsnaam.


Nog geen kilometer hierna reed ik dan ook Luxemburg binnen. Direct was het goed zoeken naar de route. Ik reed langs en over een industrieterrein, door wat woonwijken van dorpjes net onder Luxemburg en hier en daar werd ik een paadje opgestuurd waarvan ik mij in eerste instantie afvroeg of dat wel de bedoeling kon zijn. Als ik dan wat langer doorreed was het asfalt iets beter en waren de takken die half over het 'fietspad' hingen wel gesnoeid. De term fietspad kennen ze hier wel, maar wordt te pas en te onpas gebruikt. Daarover later meer.



Eerst de stad Luxemburg. De paar kilometer hiervoor reed ik over een werkelijkwaar geweldig fietspad (ze bestaan dus wel!). Het was een brede weg langs de rivier de Alzette, die ik de rest van de dag zou volgen. Dit fietspad begon na Hesperange, voor zover ik kon zien een gezellig dorpje. Ik reed een aantal kilometer over dit fietspad, wat vrijwel vlak was, en arriveerde in Luxemburg. De stad Luxemburg ligt een stuk hoger dan de rivier waar ik langs reed. Soms moest ik van de geliefde rivier afwijken om een gemeen klimmetje op te rijden, wat mij in de gelegenheid bracht om een mooi plaatje van de stad te maken vanuit het dal.



Echt zin en tijd om de stad te bezichtigen had ik niet. Ik was al een keer eerder in Luxemburg geweest en vond het wel mooi geweest. Ik reed verder langs de Alzette, en ook langs een spoorlijn die door ditzelfde dal liep. Af en toe was het fietspad langs de Alzette prachtig, maar meestal had ik niet echt het idee dat ik door de natuur fietste. Dat had allereerst met dat dubbele spoor te maken, maar ook door de dorpjes waar ik constant doorheenreed. En dan waren het geen mooie dorpjes, of ging de route niet door het mooie deel van het dorpje. Ik had mij heel erg verheugd op dit stuk van de route, zeker na dat saaie landschap in het noorden van Frankrijk, maar het stelde enigszins teleur. Dat had misschien ook te maken met het fietspad, door de dorpjes heen was het echt behelpen. Soms maakte het fietspad een scherpe bocht, maar kon je niet door de bocht heenkijken. Soms was het enorm onduidelijk waar het fietspad zich vervolgde. Soms was het zigzaggend door een dorpje heen aangelegd, met onduidelijke voorrangsregels. Meestal klopte het gewoon net niet. Nou zijn wij in Nederland ook wel een hoge standaard gewend, dus zo slecht was het ook weer niet. Het was voor het grootste gedeelte een pad alleen voor fietsers, er waren geen auto's die je met negentig inhaalden en het was er rustig.


Hoe verder ik door dit dal fietste, hoe mooier de omgeving werd. Vooral het stuk na Ettelbruck was zoals ik het verwacht had: door een dal, met aan weerskanten hoge rotswanden begroeid met bomen met links naast mij de rivier de Sûre (na Ettelbruck is de rivier plots van naam veranderd). Ik kwam hier een mooie picknicktafel tegen waar ik even ging zitten. Ik moest nog twintig kilometer, althans, dat dacht ik. Toen ik nog eens goed naar het kaartje keek, bleek dat ik mij verrekend had en nog 35 kilometer moest, waarbij ik ook nog eens een vrij pittige klim over zou moeten. De moed zonk mij enigszins in de schoenen. Niet omdat het nou zoveel verder was, maar meer omdat ik mij ergens op had ingesteld wat niet juist bleek. Als je je instelt op een dag van 150 kilometer, dan fiets je die dag 150, als je 80 in gedachten hebt, fiets je 80. Plotseling verder moeten fietsen dan gedacht viel dus zwaar.


Toch sprong ik na een kwartiertje pauze vol goede moed weer op de fiets. Ik reed even flink door in dit dal. Daar leende het zich ook goed voor, geen vervelende klimmetjes maar constant heel lichtjes omhoog of naar beneden. Na een aantal kilometer stuitte ik op een bord waarop een omleiding stond aangegeven. Ook dit betekende een verandering van de plannen. Ik ging naar links, het water over en zag tot mijn verbazing een camping aangegeven staan. Ik had ondertussen bijna honderd kilometer gefietst. Het duurde dan ook niet lang voor ik besloot hier maar mijn tentje op te zetten. Voor een luttele tien euro was dit stukje grasveld voor een nachtje voor mij. Terwijl ik daar op dat grasveld zat, werd mij door de overbuurvrouw een stuk watermeloen aangeboden. Na een kort praatje vroeg ze zelfs of ik vanavond mee wilde eten! Dat aanbod kon ik natuurlijk niet afslaan. De gastvrijheid van mensen blijft mij verbazen, ze waren zelf nog bezig met het in elkaar zetten van de voortent, maar waren toch al bereid om dit mij aan te bieden.