Nu begint het echt op te schieten

Om kwart over zes ging de wekker in mijn warme onderkomen van vannacht. Echt zin om de fiets op te stappen had ik nog niet, maar al snel stond ik toch naast mijn bed. Ik greep al mijn spullen bij elkaar, smeerde mij in met zonnebrand, en nam uitgebreid de tijd voor een ontbijtje. Een ontbijt dat ik gisteren zelf had aangeschaft, bestaande uit een brood en een nog te snijden harde worst als beleg. Een deel bewaarde ik voor later op de dag, als een soort tweede ontbijt.


Terwijl de kerkklokken van Corre zeven uur luidden, vertrok ik, voor opnieuw een lange dag. Het was nog fris, koud eigenlijk. Mijn armstukken had ik al aan, maar na een kilometer trok ik ook mijn regenjack aan. Om het toch iets warmer te krijgen. Het eerste uur was het enorm rustig op straat, ik kwam slechts een auto tegen. Dat lag misschien ook aan de wegen waar ik overheen reed. Geen doorgaande wegen, maar een klein weggetje door het bos. Ik kon aardig doortrappen doordat het redelijk vlak was, en de wind nog nauwelijks aanwezig was. Het stuk langs deze rivier had wat magisch, de dauw was nog aanwezig op de planten in de berm, het zonnetje brak nog maar net door de wolken heen en de takken hingen ver over de weg heen. Waardoor dit alles zich in een enigszins donkere omgeving afspeelde.


Het eerste uur vloog voorbij, precies om acht uur zag ik Attigny liggen, ook hier waren de kerkklokken enthousiast over mijn aanwezigheid. Door dit dorpje liep een steil weggetje omhoog, waar ik natuurlijk overheen moest. Wat is dat toch met Franse dorpjes, vaak liggen ze tegen een helling op, waardoor het doorkruisen ervan een hels karwij is.



Niet veel later kwam ik door een wat groter plaatsje, Dorsey, waar verder weinig benoemena waardige dingen gebeurde. De rest van de dag kan qua natuurschoon simpel omschreven worden: het was redelijk eentonig. Dat is misschien iets te simpel, maar het leek veel op elkaar. Af en toe was er een mooi uitzicht te zien, waarbij de bergen van de Vogezen waargenomen konden worden. Af en toe ging de route door een bos. Maar meestal ging het van het ene bergje, via een afdaling, naar het volgende bergje. Wel kwam ik nog door het leuke plaatsje Lunéville, waar een soort replica van het paleis van Versailles stond, met tuin en al erbij.



Om niet nu al dit blogje af te sluiten zal ik een paar andere opvallende dingen beschrijven.



Allereerst die koeien die omkijken als je langsfietst. Het kan zijn dat ze afgaan op de muziek die ik af en toe op heb staan, dat ze een nummer van Stromae plots herkennen. Maar waarschijnlijker is dat ze omkijken om te zien wat voor iets geks daar nou weer voorbij komt. Op stukken waar ik lang niemand tegen ben gekomen ben ik de koeien af en toe gaan groeten, een mens heeft toch contact nodig.

Dan is er nog het graan. Eindeloze velden met graan. Wie wel eens in Frankrijk is geweest kan zich er onwaarschijnlijk een voorstelling van maken. Ze zullen het ongetwijfeld nodig hebben voor al die Franse baguettes. Het is nu ongeveer oogsttijd. Hoe verder ik naar het noorden rijd, en hoe langer ik dus onderweg ben, hoe meer velden leeg zijn. Steeds vaker ook zie ik een machine het veld betreden om al het graan veilig te stellen.


Ik kwam ook nog wat fietsers tegen vandaag. Uiteraard een heleboel die je al rijdend tegenkomt. Je groet elkaar, en rijdt allebei door. Maar ook kwam ik twee keer langs stilstaande fietsers, sociaal als ik ben stop ik dan even. De eerste keer was het een groepje van vier Belgen. Ze waren onderweg naar een onbekende bestemming, ze reden hun neus achterna. Na een kort praatje reden we allevijf weer verder. De andere ontmoeting was met een stel uit Amsterdam, twintig kilometer voor het eind. Zij reden De Groene Weg naar de Middellandse Zee, alleen dan de goede kant op. We hadden het over alles wat ons nog te wachten stond, ik kreeg nog wat voedsel toegestopt en we reden weer verder.


Nog iets anders over alle fietsers die ik ontmoet op de fiets. Ondertussen groet ik iedereen met hallo, in plaats van met bonjour. De kans dat iemand die aan het fietsen is Nederlands is, is ongeveer 95% schat ik. De meesten kijken verward op, of omdat ze zich afvragen hoe ik kan zien dat het Nederlanders zijn, of omdat ze geen Nederlandets waren en mij niet begrepen.

Daar laat ik het voor vandaag even bij, het was een lange dag. Ondertussen zit ik gezellig met vier andere fietsers te kletsen op de camping in Vic-sur-Seille. Zij fietsen ook de Groene Weg.