Op naar Berlijn!

Een paar maanden geleden werd dit idee op tafel gegooid, vrij letterlijk. We zaten aan de keukentafel bij Stephan in Nijkerk. En ik riep het maar gewoon: zullen we naar Berlijn gaan, op de fiets. Het idee werd niet direct afgeschoten. Wel was het wat passen en meten in de agenda's. We konden dan ook niet echt de tijd nemen voor dit avontuur. Maar we zijn er wel aan begonnen. En dat blijkt, want hier zitten we nu, in een hotelkamer in Ibbenburen. De weg hiernaartoe behoeft wat uitleg. Het begon vanochten in alle vroegte (kwart over zeven voor de goede orde) in Amersfoort, na het uitzwaaien door mijn ouders reed ik weg. Het was nog koud, een graad of 11. Maar dat mocht de pret niet drukken. Het zou de rest van de dag alleen maar warmer worden. Op deze eerste kilometers kon ik direct merken dat de wind niet in ons voordeel zou zijn, als je richting het oosten fietst is een briesje uit het noordoosten niet ideaal. Maar ook dit mocht de pret niet drukken. De echte pret begon in Nijkerk, waar ik had afgesproken met Stephan. Laverend door het ochtendverkeer heen bereikte we het eerste klimmetje van dr dag, althans, als we het viaduct van Voorthuizen daarvoor aan kunnen zien. Stephan vond in ieder geval van wel, net als de rest van de dag. Als de weg omhoog ging, ging de hartslag van Stephan nog erger de hoogte in. Na Voorthuizen ging de route langs de lange doorgaande weg richting Apeldoorn. Waar het asfalt af en toe in zeer goede doen was, en af en toe van erbarmelijke kwaliteit was. Ik denk dat het gemeentebudget van de desbetreffende gemeente een goede indicatie kan geven voor hoe goed het asfalt erbij ligt. Na deze wisselende wegomstandigeden volgde de verkeerslichten in Apeldoorn, voor mijn gevoel waren het er meer dan twintig. In werkelijkheid zullen het er een stuk of acht geweest zijn.

De minuten en de uren vlogen voorbij, het was gezellig, we hadden voldoende stof om over te praten en we hadden een goed humeur. Allerlei eigenaardigeden begonnen op te vallen, zoals een rijbaan specifiek voor trekkers nabij Deventer, of het ietwat glooiende landschap in diezelfde omgeving. Beide dingen had ik eigenlijk pas ver in Twente verwacht.

De IJssel werd overgestoken, wat toch altijd een machtig mooi gezicht blijft, en Deventer werd doorkruisd. De kaarsrechte weg richting het oosten, en tevens richting Holten, werd gevolgd. Bij het station van Holten konden we onze bidons bijvullen. Een plek die ik nog herkende van mijn fietstocht over het Pieterpad van een paar weken geleden. We hadden geen zin om om te rijden voor een lunch, dus deden we dit in het volgende dorp: Rijssen. Bij de Jumbo kocht Stephan vier appelflappen, die in no-time opgegeten waren. Normaal gesproken zou dit zorgen voor extra moraal, maar niets was minder waar. De komende pakweg vijfendertig kilometer gingen maar langzaam voorbij. Misschien kwam het door de wind, die iets steviger was gaan blazen, misschien hadden we wat minder gespreksstof, maar we bleven doortrappen. Zodoende bereikten we Oldenzaal. Aan de oostkant van Oldenzaal reden we een kort klimmetje op, waarna een afdalinkje volgde. Zeker bij Stephan was de moraal ver te zoeken, daar bracht het watertappunt in De Lutte verandering in. Niet alleen konden we ons water bijvullen, Stephan kon bij de koffiecorner, die hier zowaar aanwezig was, een espresso bestellen. We maakten zelfs even een praatje met twee andere fietsers, ze waren al op leeftijd, maar waren toch bezig aan een rondje Nederland, waarvoor niets minder dan respect. Ik hoop dat ik op die leeftijd nog zo fit ben.

Dit zorgde voor de nodige energie. Niet lang hierna reden we de grens over, waar de windmolen met rode accenten het eerste was wat aangaf dat we in Duitsland waren. Verder veranderde de fietsinfrastrucuur natuurlijk. Naast doorgaande wegen ligt vaak nog wel een vrijliggend fietspad, maar in de stad wordt je soms voor de leeuwen gegooid. Onveilig was het nooit, maar verbaasd waren we soms wel. Zeker bij de diverse kruispunten, waar soms evenveel rekening wordt gehouden met fietsers als met overstekende slakken. Wat ook maar weer wil aangeven hoe goed we het in Nederland hebbn op dit vlak.

Als laatste wil ik nog wat zeggen over de verschillen tussen Nederland en Duitsland. En met Nederland neem ik als referentie even de Gelderse Vallei. Het grootste verschil met Nederland is het glooiende landschap, waardoor je soms heel ver kan kijken, maar waardoor vaak het zicht juist wordt belemmerd. Een ander verschil is het asfalt, wat er hier vaak uitziet als een lappendeken van twaalf verschillende soorten asfalt. De houten palen met elektriciteitskabels vallen uiteraard altijd op. Het voelt in ieder geval anders, ook doordat het op het Duitse platteland een stuk rustiger is met auto's waarschijnlijk. De kilometers door Duitsland vlogen redelijk snel voorbij, voornamelijk over lapjesdekens, en af en toe over een vrij onherkenbaar fietspad door een Duits stadje. Zo ook de laatste kilometers door Ibbenbüren, waar we nu in onze hotelkamer aan het herstellen zijn van de dik honderdtachtig kilometer die we vandaag afgelegd hebben.