De eerste dag van het Pieterpad!

Dag 4: Hoensbroek - Swolgen (110 kilometer)


Vanochtend uitgeslapen, dat mocht ook wel na twee lange dagen. Rond tien uur zat ik op de fiets. Waarbij ik eerst een kort bezoek bracht aan kasteel Hoensbroek. Bezoek houdt hier in dat ik er langs reed. Ik stopte hier nog heel kort voor een kleine onderhoudsbeurt aan de fiets (ketting smeren en banden oppompen) en de dag kon hierna echt beginnen.

Na gisteren al de eerste 25 kilometer van het Pieterpad gereden te hebben, pakte ik de route op in Terstraten, een gehucht met een paar huizen en een verdwaalde boerderij. Vanaf hier ging het verder op de manier zoals het gisteren geëindigd was: onverharde klimmetjes en wegen door het Limburgse heuvellandschap. Het ene weggetje was nog mooier dan het andere, en elke keer weer verbaasde ik mij erover dat het allemaal nog mooier kon.

Na wat draaien en keren door dit heuvelland kwam ik door Sittard, waarbij ik mij opnieuw verbaasde, dit keer over het oude centrum. Bij Sittard denk ik normaal alleen maar aan industrie, maar waar dat door komt weet ik eigenlijk niet. Na Sittard kon ik het heuvelland achter mij laten, maar glooiend bleef het landschap wel. Ik kwam hier een paar kilometer tot Duitsland, wat toch een stuk vertrouwder aanvoelde dan België gisteren. Echt Nederlands was het niet, maar dat zijn de dorpjes in die grensomgeving sowieso niet. Ik merkte het dit keer alleen aan de andere verkeersborden, en aan de Duitse kentekens.

Hierna volgden de onverharde wegen elkaar in rap tempo op, het ene weggetje kronkelde door de bossen, het andere was een kaarsrechte lijn door een weiland. In Montfort, na veertig kilometer, schafte ik de lunch aan. Dit keer erg gevarieerd moet ik zeggen, al is het ook weer niet gezond te noemen; een croissant, een chocoladebroodje, een ham-kaascroissant en een appelflap. Voor onderweg werd een zakje Haribos gekocht.

Ik kwam door een paar leuke Limburgse dorpjes, waar het accent op straat duidelijk hoorbaar was. In Roermond moest ik een nogal onduidelijke omleiding volgen, wat resulteerde in een uitstapje door een van de buitenwijken van deze, ongetwijfeld leuke, stad. De route werd weer opgepakt, en bleef mij keer op keer verbazen. Af en toe vroeg ik mij af of fietsen wel was toegestaan, maar geen een keer ben ik een bord tegengekomen dat die gedachte kon bevestigen.

Vanaf Swalmen volgde ik een heel stuk de Duits-Nederlandse grens, waar een prachtige, brede, onverharde weg overheen liep. Ter hoogte van Venlo boog de route richting Venlo, waar ik bij het station gebruik kon maken van een watertappunt. Hierna reed ik een stuk langs de Maas, oud en vertrouwd als zij is, en kon ik zelfs een pontje nemen om mij aan de andere kant van deze Maas te brengen. Dit pontje bracht mij in Grubbenvorst, waar direct werd geadverteerd dat dit hét aspergedorp van Limburg was. En dat bleek. Elke boer had wel een veldje en op de hoek van elk weiland stond wel een bordje waarop teksten stonden zoals: Asperges, vers van het veld, hier te koop!

De asperges liet ik verder voor wat ze waren en ik zette koers richting het eindpunt van vandaag: Swolgen. Deze laatste paar kilometers waren de allermooiste van de dag. Het ene gravelpad werd direct opgevold door het volgende, en was vaak nog mooier dan alles wat ik al tegen was gekomen eerder vandaag. Ondertussen zit ik, na een bezoek aan de supermarkt een dorp verderop, voor de pipowagen op een kleine camping vlakbij Swolgen. Op nog een dag zoals deze! Het Pieterpad ondertussen kennende, zal dat wel goedkomen.