We kunnen Berlijn bijna ruiken

Traditiegetrouw zal ik met het weer beginnen, daar waar ze in het journaal er juist mee eindigen. Vandaag was het warm, niet te warm, maar wel net onaangenaam. Zeker in de asfaltverzamelingen die ze steden noemen. Als je dan bij een verkeerslicht stilstaat beginnen de eerste zweetdruppeltjes zich voorzichtigaan te vormen. Gelukkig gaat het verkeerslicht vaak net op tijd op groen. Enfin, de rest van het weerbericht: de wind was ons gunstig gezind, zeker in de tweede helft van de dag hadden we constant een stevige westenwind die ons richting de eindbestemming blies. In de loop van de dag trok de wind dus aan, en daarmee begon ook meer bewolking te ontstaan. Na een goed ontbijt in Gehrden, een klein plaatsje net linksonder Hannover, kon de reis om half negen van start gaan. Na een paar kilometer door relatief landelijk gebied, kwamen we al snel in de voorsteden van Hannover. Gelukkig konden we onderlangs passeren en hoefden we niet door het centrum. Desondanks was dit niet het mooiste stuk van de route, het ene verkeerslicht werd snel opgevold door het andere en de kilometers gingen maar langzaam voorbij. Dan reden we weer langs een enorme fabriek, die waarschijnlijk verantwoordelijk was voor het bestaan van het dorpje waar we doorheen kwamen. De arbeiderswoningen stonden in rijtjes achter elkaar, je zou het goed met Philips kunnen vergelijken. Dit soort bebouwing kwam tot Lehrte voorbij. Na dit dorpje reden we het landelijke gebied in. Het was een stuk vlakker dan de kilometers door Duitsland die we al achter ons hadden, maar iets anders viel ons ook op. De rode accenten op de windmolens zaten niet op de wieken, maar op de toren. Je gaat je toch bezig houden met dit soort kleine futiliteiten om de dag mee door te komen.

Na veertig kilometer zag ik in een flits een zandafgraving voorbijkomen. Ik maande Stephan om te stoppen bij dit machtige uitzicht (ik verwachte zoiets als de Sint-Pietersberg bij Maastricht). Maar niets bleek minder waar, er was namelijk een hoeveelheid zand verschoven wat met een grote shovel waarschijnlijk in één middag bewerkstelligd kon worden. Niet echt hetgene wat ik in die flits had gezien, en misschien ook wel op had gehoopt. Wat achterbleef was een grote kuil met een hoop onkruid: weinig indrukwekkend. We zetten de route voort richting de eerste pauze van de dag, die we gisteren al hadden uitgezocht. Na 53,6 kilometer zou er namelijk een bakkertje zitten waar we hoopten een goede appelflap te kunnen scoren. Helaas waren de inwoners van Edemissen dol op de plaatselijke appelflappen, waardoor ik het moest doen met een stuk Apfeltorte. Ik nam er een pain-au-chocolat bij, die waarschijnlijk wel goedgekeurd zou worden door mensen van Franse komaf, in tegenstelling tot die van gisteren. Stephan nam zo'n zelfde pain-au-chocolat, maar koos voor een donut als tweede hapje. Beiden bestelden we een cappuccino, ik pas na het zien van die van Stephan, en na een stop van zo'n twintig minuten reden we weer verder. Dan ben ik nog één dingetje vergeten, wat iets voor de bakker gebeurde. Een boer was zijn land aan het sproeien, maar nam een stuk van het gravelpad waar we over reden ook mee. Ik reed op kop, en Stephan iets achter mij. Tot grote ergernis van Stephan achteraf. Door het opspattende water, vermengd met wat stof, werd Stephan redelijk vies. Wat natuurlijk aan mij lag, maar dat terzijde. Na een korte schoonmaakbeurt reden we verder naar het hiervoor beschreven bakkertje.

Na dit bakkertje vlogen de kilometers voorbij, geholpen door de sterker wordende wind. We maakten de afspraak om rond kilometer tachtig snel te stoppen voor een tussendoortje, en na Wolfsburg het tweede bakkertje van de dag op te zoeken. Ondertussen kwamen we door dorpjes die er nog net leefbaar uitzagen, wat ons uiteraard niet in de verleiding bracht om van de afspraak af te wijken. En zo geschiedde, na tachtig kilometer zochten we de schaduw van een Duitse boom in een Duitse berm op, en vijf minuten later zaten we weer op de fiets. We reden verder richting Wolfsburg, wat in onze perceptie een grote stad was. Maar na wat gegoogle, bleken hier slechts 125.000 mensen te wonen. Hoe dan ook, we merkten er weing van. De meeste kilometers werden afgelegd over een onverhard pad naast het Mittellandkanaal. Aan de andere kant hiervan lagen de Volkswagenfabriek en het stadion van VFL Wolfsburg.

Na Wolfsburg kwamen we bij het bakkertje waar we zo lang naar uitkeken. Een croissant en een soort appelflap maar dan met iets van room (veel duidelijker kan ik het ook niet omschrijven) werden opgepeuzeld alvorens we verder reden. Af en toe over bijna onbegaanbare wegen, waar ik vrij snel klaar mee was. We passeerden de grens tussen voormalig Oost- en West Duitsland, wat naar mijn idee direct te zien was. Het dorpje waar we direct hierna doorheen kwamen was volledig uitgestorven, maar dat kan ook op toeval berusten. De omgeving begon bosrijker te worden, wat de nodige verkoeling bracht. Iets na Meiste stopten we even, in een tunneltje onder een treinspoor. De locatie had bijna niet troostelozer kunnen zijn. Wel konden we hier even uitrusten, wat nodig was ook. Verder kwamen er nog twee wielrenners voorbij, tevens met bepakking. We speculeerden of ze ook richting Berlijn zouden gaan. Want waarom zou je anders hierlangs fietsen.

Vier minuutjes later zetten we de achtervolging in. Enkele kilometers later zagen we ze rijden, en we besloten even een praatje te maken. Ik vroeg: "Sprechen sie English", en direct reageerde een van de twee: "oh Nederlanders, dat accent is overduidelijk". Mijn Duits bleek nog slechter dan ik al dacht. We reden tien kilometer met deze vriendelijke heren uit de omgeving van Haarlem samen. Ze bleken ook naar Berlijn te gaan, maar deden er iets langer over. Waar we stiekem misschien een beetje jaloers over waren. Bij Gardelegen, een gezellig oud stadje, scheidden onze wegen. Links en rechts bleven, zoals al de hele trip, supermarkten passeren. Dan weer een Lidl, dan een Aldi, of een MerkenDiscount. Stephan is ondertussen in aardig wat van deze ketens binnen geweest. Uit Stephans Supermarkten Review is de Edeka als beste uit de test gekomen. Volgens hem is het een soort Albert Heijn+, met enorm veel keuze en verse producten. Mocht u ooit nog in Duitsland zijn, ga daar zeker een keer heen! We reden verder, af en toe met een kasseistrook of gravelstrook, waar ik met steeds meer afschuw op begon te reageren. Het feit dat we op dunne racefietsbandjes reden met veel druk erin droeg hier zeker aan bij. Stephan kon zich wel amuseren omdat ik ook een keer aan het klagen was. De laatste kilometers reden we door de buitenwijken van Stendal, waarbij we ons niet aan de indruk konden onttrekken dat we te ver doorgereden waren en in het oosten van Roemenië waren uitgekomen. Grote, witte, oostblokflats torenden fiet boven de rest van de stad uit. Dit overleefd hebbende arriveerde we in het oude centrum van Stendal, waar we ons hotel opzochten en op ons bed ploften.